Op het schoolplein

Barbara Scholten is auteur van De woonbootbende en beschrijft in deze barbara scholtencolumn een dag uit haar schrijversleven. 

Ik sta op het schoolplein te wachten tot mijn kinderen uit school komen. Plotseling voel ik een hand op mijn schouder. Ik draai me om en kijk recht in het gezicht van een van de aardigste moeders van groep 6.

‘Ik zag je nieuwste boek in de winkel liggen en heb het meteen gekocht voor mijn neefje dat volgende week jarig is.’ Ze graait in haar geruite boodschappentas en laat me stralend mijn eigen boek zien.

‘Mooi.’ Ik vind dit meestal ongemakkelijke situaties. Aan de ene kant ben ik trots en wil ik het liefst dat ze voor haar hele familie en al haar vrienden een boek van mij koopt. Aan de andere kant vind ik het lastig om mijn eigen werk aan te prijzen. Dit is echt het allerleukste boek van deze zomer. Dat klinkt toch een beetje opschepperig. ‘Het was heel leuk om te schrijven,’ antwoord ik.

De klassenmoeder van groep 6 ruikt nieuws en komt op een drafje op ons af. ‘Heb je nu alweer een boek geschreven?’ galmt ze over het schoolplein. Ze trekt De woonbootbende uit de handen van de aardige moeder. ‘Enig!’ zegt ze als ze de tekst op de achterkant heeft gelezen. ‘Waar haal je toch al die inspiratie vandaan?’
Dat is best een lastige vraag, want wat is dat nou precies, inspiratie?

Ik zocht het een keer op in het van Dale Junior Woordenboek dat deze uitleg gaf: Iemand die inspiratie heeft, heeft ineens veel zin in zijn werk. Of veel zin om iets te maken. Hij heeft plotseling heel goede ideeën.
Inspiratie is dus een goed idee. Maar die goede ideeën komen niet vanzelf. Het is niet zo dat als ik aan mijn schrijftafel ga zitten, ik plotseling een heel goed idee krijg. Goede ideeën zijn overal, maar je moet wel om je heen kijken. Je ideeënsensor aanzetten. Dat zeg ik tegen de klassenmoeder. Ze kijkt me met glazige ogen aan. Tijd voor uitleg is er niet want de bel gaat.

Ik fiets samen met mijn jongste dochter naar huis. ‘Mag ik kijken of Pelle er is?’ vraagt ze als we onze fietsen op slot zetten. Ik knik. ‘Laat je me even weten als je daar gaat spelen,’ roep ik haar na als ze twee boten verder de steiger op rent.
Na een half uur zie ik Pelle op de oever scharrelen. Hij sleurt een autoband uit de tuin op zijn duwkar.
‘Waar is Fien?’ vraag ik.
‘Bij de dode vis.’ Hij legt nog een baksteen op zijn kar en vertrekt.
Mijn ideeënsensor begint te bliepen en ik besluit een kijkje bij de boot van de overburen te nemen.

Barbara Scholten - Op het schoolpleinIk zie hoe mijn dochter driftig met een peddel op het water slaat. ‘Ik heb hem bijna,’ gilt ze naar de buurjongen die klaar staat met een schepnet en een lege bloempot. Na veel mislukte pogingen hebben ze eindelijk succes: ze hijsen de dode vis uit het water in de bloempot.
‘Wat gaan jullie daarmee doen?’ roep ik.
‘Begraven,’ zeggen ze tegelijk.

Niet veel later zie ik ze in de richting van het park lopen. Op de kar ligt de autoband, een baksteen, een leeg wijnkistje, een schep en wat bloemen uit de tuin van de buurvrouw. Alles wat je nodig hebt voor een echte begrafenis. De staart van de vis hangt droevig over de rand van de plastic bloempot.

Ik heb opeens een goed idee. Inspiratie. Voor een verhaal over de woonbootbende.
Zie je wel! Goede ideeën zijn overal, ze drijven soms gewoon in het water.

 

Geschreven door: Barbara Scholten.
Bron: Leesfeest.