Oorlog in inkt - Suzanne Wouda, Annemarie van den Brink
Portret Suzanne Wouda

5 vragen aan… Suzanne Wouda

Suzanne schrijft graag over geschiedenis en ze is lid van De schrijvers van de ronde tafel. Ze graaft graag in het verleden, op zoek naar onderwerpen om over te schrijven. En zo is ze dus, naast schrijver, ook een soort archeoloog geworden!

'Je kunt maar één keer je eerste boek schrijven, zonder onzekerheid, heerlijk ongeremd.'

1. Hoe oud was je toen je je eerste verhaal schreef?

‘Ik was elf of twaalf en zat in groep acht toen we de opdracht kregen om een verhaal te schrijven vanuit het perspectief van een dier. Ik koos een zeehond, want dat is mijn lievelingsdier. Wat was ik trots dat mijn verhaal werd uitgekozen voor de schoolkrant. Vanaf dat moment wilde ik schrijver worden.’

2. Hoe kom je op nieuwe ideeën?

‘Die borrelen gewoon op. Als ik iets zie, lees of hoor en er is een soort vonk, dan weet ik dat het goed zit. Het idee moet dan nog wel dagen of weken pruttelen. Een idee moet rijpen. Dus zelfs als ik niet schrijf, ben ik met schrijven bezig.’

3. Wat is je lievelingsboek?

Kruistocht in spijkerbroek. Ik heb dat boek minstens vijftien keer opnieuw gelezen.’

4. Wat weet niemand anders over jou?

‘Tja, als ik dat vertel…
Misschien… dat ik een keer Willem Alexander met ‘je’ heb aangesproken? En dat ik soms nog steeds onder mijn bed kijk of er verborgen monsters zitten?’

5. Heb je tips voor kinderen die ook schrijver willen worden?

‘Ja, blijven zitten en schrijven. Niet opgeven, maar doorgaan. Denk niet te veel na over de regels van het schrijven en de opbouw van je verhaal. Ga helemaal los. Je kunt maar een keer je eerste boek schrijven, zonder onzekerheid, heerlijk ongeremd. De rest komt later.’