Ze gaan er met je neus vandoor Ted van lieshout

Dichter aan het woord: Ted van Lieshout

Ter ere van de Poëzieweek geven wij graag het woord aan schrijver, beeldend kunstenaar én dichter Ted van Lieshout. Zijn dichtbundel Ze gaan er met je neus vandoor is genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2019. Klik hier voor een kijkje in de eerste bladzijdes van dit bijzondere boek.

Als kind wilde Ted van Lieshout graag tekenaar, schrijver of zanger worden. Op zijn 19e startte hij op de kunstacademie in Amsterdam, waarmee de wens om te tekenen allereerst in vervulling kwam. Hij werd illustrator en maakte tekeningen bij verhalen voor kinderen. Toen kwam de wens om ook zelf verhalen en gedichten te gaan schrijven. Zijn eerste dichtbundel werd meteen bekroond met een Vlag en Wimpel. Na deze prachtige start volgden vele andere verhalen en dichtbundels. Ted van Lieshout won hiermee onder andere een Gouden Griffel, zeven Zilveren Griffels, de Woutertje Pieterseprijs en de Nienke van Hichtumprijs.  Ter ere van de Poëzieweek spreken wij deze veelzijdige auteur natuurlijk graag over zijn dichtbundels, die zowel door volwassenen als door kinderen met veel plezier worden gelezen.

Hou van mij Ted van Lieshout
Uit Hou van mij

 

Dichter aan het woord: 

Misschien wekt het bevreemding dat ik in de meeste bundels (verzameld in Hou van mij red.) wel informatie gaf over de illustraties, maar niet over de gedichten. Wel, een gedicht van taal uitleggen in taal vind ik gewoon raar. Het stáát er toch al? Dat neemt niet weg dat ik me kan voorstellen dat lezers zich afvragen hoe de ontwikkelingen in de gedichten zich hebben voltrokken, of verwachten dat als ik uitleg hoe je een tekening kunt maken, ik ook uitleg hoe je een gedicht kunt schrijven. Bij Multiple noise ben ik daar zijdelings op ingegaan: al is een tekening nog zo mislukt, het is nog steeds een tekening; een gedicht is echter pas een gedicht als het gelukt is. Geen enkele aanwijzing kan, volgens mij, garanderen dat een gedicht slaagt. Net zo goed als dat ik regelmatig behoefte heb om van tekenstijl te veranderen, zo verandert ook mijn idee over hoe ik een gedicht moet schrijven. In het begin kwam het vaak neer op een soort ingedikte taal. Later wilde ik er meer lucht en werveling in. Dat in de sonnetten uit 2009 de taal geheel verdreven is, betekent niet dat ik vind dat een goed gedicht zonder tekst moet. Wel dat poëzie meer mogelijkheden biedt dan ik op één moment in mijn leven kan bevatten.

 

Ted van Lieshout
© Ben Kleyn

 

Vragen aan de dichter: 

  • Vind je het belangrijk dat kinderen op jonge leeftijd poëzie mee krijgen?
    Ja, zeer. Poëzie is spelen met taal en dus hét instrument om spelen te combineren met leren. Door poëzie leer je taal te gebruiken en te beleven, leer je nuances van wat je allemaal kunt doen met taal. Poëzie is spelenderwijs omgaan met lezen. Ook als het om een ernstig gedicht gaat.
  • Wat vind je zelf het mooiste of belangrijkste gedicht dat je hebt geschreven?
    Dat weet ik niet. Als ik er één het mooist vond, zou ik daarna natuurlijk nooit meer een gedicht hoeven schrijven!
  • Hoe krijg je jouw inspiratie voor je poëzie? 
    Mijn eigen jeugd is een belangrijke inspiratiebron. Ik bedoel niet alleen wat ik toen beleefde, maar ook hoe ik toen was. In sommige gedichten van mij spreekt een verongelijkt kind, en dat was ik zelf vroeger nogal. Ik vind het heel leuk om in die gedichten mezelf als tiener te herkennen. Ik maak echter ook gedichten waarin ik gewoon aan het spelen ben met taal.
  • Hoe weet je of een gedicht af is, gelukt is?
    Een gedicht is af als ik het een poos heb laten liggen en ik het dan nog steeds goed vind. Veel gedichten schrijf ik vanuit een bepaalde stemming, maar het gedicht moet natuurlijk ook goed zijn als ik in een andere stemming ben. Daarom laat ik gedichten altijd eerst een poosje rusten.
  • Hoort bij een gedicht ook een tekening? Maak je eerst het gedicht of eerst de tekening? 
    Nee, veel dichters vinden dat hun gedicht van zichzelf al een afbeelding is. Ze vinden dat er geen tekenaar moet komen tussen hen en hun gedicht. Ik begrijp dat wel. Ik schreef zelf eens een gedicht over de liefde en toen maakte een illustrator er een tekening van een hond bij. Alsof ik verliefd was op een hond. Ik was heel boos. De tekenaar was met zijn eigen idee tussen mijn gedicht en de lezer in gaan staan, waardoor het gedicht een andere betekenis had gekregen. Toch vind ik het wel heel goed dat er tekeningen bij gedichten staan. Ze brengen wat lucht en licht op de bladzijde. Vroeger heette illustreren: illumineren. Dat betekent: verlichten en verluchtigen. Ik vind het heel belangrijk dat door middel van de tekeningen de sfeer van de gedichten versterkt wordt.
Uit Hou van mij