5 vragen aan... Isabelle de Ridder

5 vragen aan… Isabelle de Ridder

Isabelle de Ridder schreef Meiden met een missie, een hilarisch boek over Suus die haar moeder aan een nieuwe man wil helpen. Wij wilden graag van haar weten wat haar eigen lievelingsboeken zijn en stelden ook nog vier andere vragen!

Op deze pagina

‘In alles kan een goed idee zitten’

Hoe oud was je toen je je eerste verhaal schreef?

‘Ik heb als kind wel wat geschreven, opstellen op school enzo, maar ik heb vooral veel gelezen. Ik speelde zelfs bibliotheekje op mijn kamer. Het eerste echte verhaal schreef ik pas toen ik wat ouder was, ik zat op de pabo om juf te worden en schreef een verhaal over mijn stageklas.’

Hoe kom je op nieuwe ideeën?

‘Vooral door goed om me heen te kijken én door goed te luisteren. Ogen en oren open dus! In alles kan een goed idee zitten: een bezoek op school, een dagje op pad met mijn dochters, het lezen van een boek, een gesprek met een vriendin, mensen bekijken vanaf een terrasje.
Alle ideeën, ook halve, schrijf ik op. Op een later moment kijk ik dan of ik er ook echt iets mee kan.’

Wat is je lievelingsboek?

‘Eén boek? Wij gaan op berenjacht van Helen Oxenbury vind ik heel mooi en bijzonder. En de Mees Kees boeken van Mirjam Oldenhave. De serie van Mathilde Masters over De keukenprins van Mocano vind ik geweldig. Net zoals de gedichten van Bette Westera (bijvoorbeeld: Aan de kant, ik ben je oma niet). Je merkt het al, één lievelingsboek kiezen lukt niet.’

Wat weet niemand anders over jou?

‘Ik ga bijna ieder jaar op vakantie naar Italië. En ieder jaar koop ik daar een kinderboek terwijl ik helemaal geen Italiaans kan lezen. Ik heb dus een plank met boeken in mijn kast die ik vooral heel mooi eruit vind zien, terwijl ik niet precies weet waar ze over gaan.’

Heb je tips voor kinderen die ook schrijver willen worden?

‘Ga vooral veel schrijven en daarna…? Veel zinnen weer weghalen. Vaak schrijf je teveel en moet je zorgen dat alleen wat echt goed is, overblijft. Wat ook goed werkt: maak vooraf een plan. Wie spelen er in je verhaal mee? Waar speelt het verhaal zich af? En nog belangrijker: welk probleem moet worden opgelost? Bedenk waar je verhaal over gaat en verzin een begin, midden en een eind. Als je hier van te voren over nadenkt, zal je zien dat het schrijven veel gemakkelijker gaat.’