De familie Grafzerk: Dood spoor - Henk Hardeman, Juliette de Wit
Henk Hardeman

5 vragen aan… Henk Hardeman

Henk schrijft voor kinderen vanaf een jaar of 9, soms voor iets ouder. Hij schrijft het liefst spannende verhalen die ook grappig zijn en grappige verhalen die ook spannend zijn. Daar is een groot verschil tussen. Henk houdt veel van taal en daarom staan er vaak taalgrapjes in zijn boeken. Er komen ook een hoop vreemde figuren in voor, want saaie mensen zijn er al genoeg.

Vraag & antwoord

1. Hoe oud was je toen je je eerste verhaal schreef?

‘Geen idee, maar ik bedenk al verhalen zolang ik leef. Dus mijn eerste verhaal zal ik geschreven hebben zodra ik een pen kon vasthouden en het
alfabet kende. Vanaf mijn twaalfde wist ik in elk geval zeker dat ik schrijver wilde worden, want dat staat in een opstel dat ik toen schreef.’

2. Hoe kom je op nieuwe ideeën?

‘Die kunnen overal vandaan komen. Van iets wat ik op straat of op tv hoor of zie, of door iets wat iemand mij heeft verteld. Of door boeken die ik gelezen heb. Al die dingen vermengen zich in je hoofd, gaan daar broeien, en op een dag komt daar – pling! – een nieuw idee voor een boek uit. En dan moet je aan de slag!’

3. Wat is je lievelingsboek?

‘Van mijn eigen boeken is dat op het moment Hoe ik mijn vader redde, maar het verhaal dat ik nu aan het schrijven ben (is nog geheim!) wordt hoogstwaarschijnlijk mijn volgende lievelingsboek. Nu is het nog geen echt boek natuurlijk, dus het telt nog niet mee. Mijn lievelingsboeken van andere kinderboekenschrijvers: De vloek van Woestewolf (Paul Biegel) en De zevensprong (Tonke Dragt). Boeken uit mijn eigen jeugd, lang lang geleden. Wat korter geleden: Lampje (Annet Schaap).

4. Wat weet niemand anders over jou?

‘Dat ik eigenlijk ongelooflijk lui ben en makkelijk de rest van mijn leven vanuit een luie stoel naar de wereld om mij heen zou kunnen
staren. Met een hoofd vol avontuurlijke gedachten en een lekker drankje en hapje bij de hand. Dat dan weer wel.’

5. Heb je tips voor kinderen die ook schrijver willen worden?

‘Wat veel schrijvers je zouden aanraden, gewoon omdat het waar is: heel veel lezen, heel veel schrijven. Eerst je lievelingsschrijvers nadoen, tot je gaandeweg je eigen stijl vindt en je eigen verhalen bedenkt. Wees niet te snel tevreden, maar herlees wat je geschreven hebt, herlees het nog een keer, en kijk wat er beter kan. Er kan namelijk altijd iets beter. Wat ook erg helpt is datgene wat je geschreven hebt hardop lezen, dan hoor je namelijk of je zinnen het goede ritme hebben, héél belangrijk.’