Vind voor elk kind het perfecte boek

Home > Artikelen > 75 jaar vrijheid & jeugdboeken over de oorlog

75 jaar vrijheid & jeugdboeken over de oorlog

Op 5 mei vieren we 75 jaar vrijheid en herdenken we het einde van de Tweede Wereldoorlog. Voor sommige kinderen en jongeren staat dit best ver van hen af. Toch zijn ze vaak benieuwd naar wat er tijdens de oorlog gebeurde en hoe dit was voor de kinderen die toen leefden. Recent verschenen er twee bijzondere jeugdboeken die dat elk op hun eigen manier inzichtelijk maken.

Oorlog in inkt is gebaseerd op de originele dagboeken die veertien jongeren tijdens de Tweede Wereldoorlog bijhielden. Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda bestudeerden de dagboeken en vertellen in hun eigen woorden de verhalen door. Geschikt voor kinderen vanaf 10 jaar, maar ook heel interessant om in het voortgezet onderwijs te gebruiken. In Wij blijven bij elkaar beschrijft Martine Letterie het bijzondere verhaal van de Joodse familie Birnbaum. Zij runden met het hele gezin tijdens de Tweede Wereldoorlog een weeshuis voor Joodse kinderen in concentratiekampen. Martine reisde naar Israël om de kinderen Birnbaum persoonlijk te ontmoeten en zo hun verhaal van binnenuit te vertellen. Voor lezers vanaf circa 13 jaar.

We interviewden de auteurs over deze twee bijzondere boeken en wat vrijheid voor hen betekent. Ook tippen we nog andere artikelen en boeken over de oorlog.

Interview met Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda over ‘Oorlog in inkt’

Interview met Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda over ‘Oorlog in inkt’

Hoe zijn jullie op het idee voor dit boek gekomen?

‘Van een medewerker van het NIOD, het oorlogsarchief in Amsterdam, hoorden we dat daar meer dan honderd dagboeken liggen die in de Tweede Wereldoorlog zijn geschreven door kinderen. Toen werden we natuurlijk razend nieuwsgierig.’

Hoe was het om alle oude dagboeken te bekijken? En hoe zagen ze er uit?

Oorlog in inkt van Annemarie van den Brink en Suzanne Wouda is gebaseerd op echte dagboeken van kinderen uit de Tweede WereldoorlogSuzanne: ‘Dat was ontzettend bijzonder. Er liggen veel echte dagboeken in het NIOD, maar ook enkele kopieën. Het gevoel dat een dagboekschrijver meer dan 75 jaar geleden met pen en inkt over dit papier gebogen zat, is onbeschrijflijk.

Van sommige familieleden hoorden we dat ze helemaal niet wisten dat er een dagboek was. Nu gaan ze zelf langs bij het NIOD om de dagboeken te  bekijken, zo hebben ze een tweede leven gekregen.’

Annemarie: ‘Het was of we aan het schatgraven waren. Bij elk dagboek dachten we: wat zullen we voor bijzondere belevenissen of spannende avonturen tegenkomen? Bij het lezen van de ouderwetse handschriften en tekeningetjes in inkt leefden we helemaal met ze mee: met hun honger, hun eenzaamheid, spanning en angst.’

Wat wil je kinderen van nu met dit boek meegeven?

Annemarie: ‘Dat een oorlog heel heftig is en er veel kanten aan zitten. En hoe bepalend de plek is waar je woont en welke invloed het gezin heeft waarin je opgroeit. Daarom lees je in ons boek over joodse kinderen, een NSB-meisje, kinderen uit Nederland, Duitsland en Nederlands-Indië.’

Suzanne: ‘Natuurlijk dat vrijheid erg belangrijk is. En helaas niet vanzelfsprekend. Vrijheid is iets waar we samen aan moeten blijven werken. Toch staat die boodschap niet zo expliciet in het boek. We willen kinderen vooral bereiken door mooie verhalen te vertellen, waardoor ze zich kunnen inleven in situaties waarin vrijheid niet vanzelfsprekend is.’

Welk verhaal heeft je het meest aangegrepen, is je het meest bijgebleven?

Annemarie: ‘Het verhaal van George Levy, een joodse jongen die zonder ouders met zijn jongere zusje drie kampen overleefde. Hij is nu bijna negentig en woont in Amerika. Ik heb het boek naar hem opgestuurd en hij mailde me dat hij zo blij is dat het verhaal over zijn familie is opgeschreven.’

Suzanne: ‘Het dagboek van Chris, die alleen moest overleven in een jappenkamp. Het was ‘gewoon’ een kasboek in de vorm van een kladblok, dat vol tekeningen en stukken tekst stond. Met potlood, dus erg vervaagd. Maar prachtige tekeningen, en echt elke vierkante centimeter papier was benut. Het dagboek zelf valt bijna uit elkaar. Chris had na de oorlog zijn verhaal nog uitgetypt, dat hielp bij het schrijven.’

Wat betekent stilstaan bij 75 jaar vrijheid voor jou?

Suzanne: ‘De verhalen van toen levendig houden. Vooral om oog te houden voor de problemen die nu spelen, om niet alles als vanzelfsprekend aan te nemen. De wereld is best vol en druk, we willen ons allemaal ontplooien, volop genieten.’

Annemarie: ‘Dat leven in vrijheid gewoon lijkt, maar dat zeker niet is. Dat is waarom we met dit boek de verhalen van toen doorvertellen. Dat je actief zelf iets kunt doen. Dat je eerst nadenkt voor je iets roept over een ander, jezelf niet beter vindt, anderen niet buitensluit of discrimineert. Je kunt altijd iets voor een ander doen, hoe klein dat ook is.’

Suzanne Wouda en Annemarie van den Brink

Suzanne en Annemarie in het NIOD

‘Juist door de afwisseling is dit een interessant boek dat laat zien dat de oorlog op iedereen een andere impact had. Mooi dat de verhalen niet verloren gaan.’

Nederlands Dagblad over 'Oorlog in inkt'

Oorlog in inkt

Vrijheid vinden we nu heel gewoon, maar hoe was het voor kinderen en jongeren om de Tweede Wereldoorlog mee te maken? Dat weten we door hun dagboeken.
Hoe voelt het om te moeten schuilen en vluchten als de bommen om je oren vliegen, zoals bij Yvonne, Felix en Henk? Om altijd honger te hebben, zoals Corri en Lineke? Om gescheiden te worden van je ouders en te overleven in kampen, zoals de joodse George of Chris uit Nederlands-Indië? Om gepest te worden omdat je ‘foute’ ouders hebt, zoals Annie? Of om een joodse vriendin te hebben die steeds minder mag, zoals Jeanne?

Zeven meisjes en zeven jongens laten je hun verhalen meebeleven. Van Rotterdam tot Arnhem, van Limburg tot Drenthe, van mei 1940 tot zomer 1945. Een boek met prachtige verhalen om aan elkaar door te vertellen.

Interview met Martine Letterie over ‘Wij blijven bij elkaar’

Interview met Martine Letterie over ‘Wij blijven bij elkaar’

Wat betekent stilstaan bij 75 jaar vrijheid voor jou?

‘Dat we erbij stilstaan dat die vrijheid niet vanzelfsprekend is. In mijn boeken laat ik zien wat oorlog betekent voor kinderen. Ze dragen de ervaringen uit die tijd vaak hun leven lang mee. We moeten er samen voor zorgen dat onze samenleving veilig is voor iedereen.’

Wat wil je kinderen van nu met dit boek meegeven?

‘Wat het kan betekenen als je van de ene op de andere dag alles kwijtraakt, en in een stroomversnelling van nare gebeurtenissen terechtkomt. Toch kon de familie Birnbaum in al die ellende het opbrengen om nog naar anderen om te kijken. Dat vind ik echt heel bijzonder.’

Hoe ben je geïnspireerd om dit boek te schrijven?

‘Ik had al eerder over hun verhaal gehoord. Toen ik over het concentratiekamp Bergen-Belsen wilde schrijven, kwam hun geschiedenis weer onder mijn aandacht. Ineens wist ik dat hun verhaal genoeg hoop bood als tegenwicht voor alle ellende in het kamp.’

 

Wil je iets meer vertellen over de ontmoeting met de kinderen Birnbaum in Israël?

‘In februari vorig jaar heb ik de kinderen Birnbaum in Israël bezocht. Ik was onder de indruk van hun openheid, hun gastvrijheid en hun kracht. Ze raakten me in mijn hart, en daar heb ik ze tijdens het schrijven ook steeds met me meegedragen en daar zitten ze nog steeds.’

Met welk personage kon je je makkelijk of juist moeilijk identificeren?

‘Daartussen kan ik geen keuze maken. Daarom heb ik voor een meervoudig perspectief gekozen. Ze hebben de hele geschiedenis heel anders beleefd, maar ik kon me bij alle zes hun ervaringen veel voorstellen. Dat maakte mijn ontmoeting met hen ook zo bijzonder.’

Kinderen Birnbaum - Wij blijven bij elkaar

Een verhaal waar zoveel liefde en hoop in zit.’

de Telegraaf over 'Wij blijven bij elkaar'

Wij blijven bij elkaar

'Zijn jullie joden?’ vraagt de SS’er.
Sonni’s adem schuurt door haar borst. Wat moet ze in vredesnaam antwoorden? SS’ers hebben een hekel aan joden. Als ze ‘ja’ zegt… Maar als ze ‘nee’ antwoordt, liegt ze…
‘Zijn jullie joden?’ herhaalt de SS’er en hij kijkt Sonni indringend aan.
Ze buigt haar hoofd en zegt dan zacht: ‘Ja.’

1938. Er dreigt oorlog. Sonni en haar broertjes en zusjes worden door hun moeder op de trein naar Nederland gezet, in de hoop dat ze daar veilig zullen zijn. Niets is minder waar. Sonni heeft maar één wens: zorgen dat zij en haar broertjes en zusjes bij elkaar kunnen blijven. Ze heeft nog geen idee dat deze treinreis nog maar de allereerste is.
Er zullen er meer volgen, die hen naar kamp Westerbork en uiteindelijk naar Bergen-Belsen brengen…

Martine Letterie reisde naar Israël om de kinderen Birnbaum (inmiddels op hoge leeftijd) te ontmoeten en hun verhaal van binnenuit te vertellen.