Beginnende lezers en AVI_Illustratie uit Mijn zelfleesboek voor groep 3 door Saskia Halfmouw

Hoe wordt een AVI-niveau bepaald?

Handig, zo’n leesniveau. Maar wie bepaalt het eigenlijk? Het CITO (Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling) meet elk jaar het AVI-niveau van zo’n 500 kinderboeken. Voor het toetsen heeft dit instituut een speciaal computerprogramma ontwikkeld. Daarin wordt rekening gehouden met zaken als het aantal lettergrepen in een woord, de zinslengte, de moeilijkheidsfactor van een woord (wordt het bijvoorbeeld anders uitgesproken dan geschreven) en de vormgeving van de pagina’s.

Het AVI-niveau staat in bijna alle boeken die voor kinderen tot een jaar of tien bedoeld zijn. Je ziet het soms op het omslag van het boek, maar het kan ook op de colofonpagina staan. Dat is de pagina met de gegevens over het boek, die meestal voorin te vinden is. In zo’n colofon worden het copyright, het ISBN en het jaar en de plaats van uitgave genoemd.

Staat het AVI-niveau er niet in? Dan kun je zelf een heel eind komen met onderstaand overzicht. Maar het is ook heel belangrijk om te kijken naar het kind waar je het boek voor uitzoekt. Waar heeft het belangstelling voor? Houdt het van echt gebeurde of juist van fantasieverhalen, van weetjes of van grappige gebeurtenissen? Als het verhaal boeit, mag het boek best een stapje moeilijker zijn. En een stapje makkelijker mag altijd. Als er maar leeskilometers gemaakt worden!

Op deze pagina

AVI-niveaus

AVI Start
  • De tekst bestaat uit korte woorden die je precies zo schrijft als je ze uitspreekt. Voorbeelden hiervan zijn: maan, bos, man, roos.
  • De zinnen zijn kort. Elke zin begint op een nieuwe regel.
  • Er komen geen hoofdletters voor.
M3
  • De tekst bestaat uit korte woorden als zon, koe en uit, waarbij ook woorden mogen voorkomen met sch- en -ng.
  • Enkele bekende woorden waarin twee medeklinkers na elkaar worden gebruikt, zoals spin en rent, mogen voorkomen.
  • De zinnen zijn kort. Elke zin begint op een nieuwe regel.
  • Er komen geen hoofdletters voor.
E3
  • De tekst bestaat uit een- en tweelettergrepige woorden zonder leesmoeilijkheden.
  • De zinnen zijn kort. Elke zin begint op een nieuwe regel.
  • Er worden ook hoofdletters gebruikt.
M4
  • De tekst bestaat uit één- en tweelettergrepige woorden. De gebruikte woorden mogen wat minder bekend zijn. Makkelijke drielettergrepige woorden komen ook voor, zoals sinterklaas.
  • De zinnen worden langer, maar zijn nog eenvoudig van opbouw.
E4
  • De tekst bestaat voornamelijk uit één- twee- en drielettergrepige woorden. In drielettergrepige woorden mogen een beperkt aantal leesmoeilijkheden voorkomen, zoals makkelijk (-lijk spreek je uit als –luk).
  • Minder bekende woorden mogen gebruikt worden.
  • Elke nieuwe zin begint op een nieuwe regel, maar de zinnen worden langer.
M5
  • Er is geen beperking in de lengte van de woorden. Elke nieuwe zin begint op een nieuwe regel. Maar lange zinnen mogen over de volgende regel doorlopen.
  • Eenvoudige leesmoeilijkheden van leenwoorden komen voor: i en y uitgesproken als ie; c uitgesproken als k of als s.
E5
  • De zinnen worden langer. Ze kunnen nu bestaan uit een hoofdzin met een bijzin.
  • Er wordt meer gebruik gemaakt van lastig te lezen leenwoorden: bureau, horloge, chauffeur.
  • Zinnen beginnen niet meer op een nieuwe regel.
M6
  • Er mogen nu ook samengestelde zinnen worden gebruikt.
  • Zinnen beginnen niet meer op een nieuwe regel.
  • Lastig te lezen leenwoorden en leestekens komen meer voor, zoals gamen, ideeën, ruïne.
  • Steeds minder wit op een pagina.
E6
  • Zinnen beginnen niet meer op een nieuwe regel.
  • Naast lastig te lezen leenwoorden en leestekens komen er ook steeds meer onbekende woorden voor, zoals ov-pas en ornament.
  • Steeds minder wit op een pagina. Steeds minder illustraties in een boek.
M7, E7 en Plus
  • Geen beperkingen meer in lengte en opbouw van de zinnen en in soorten woorden.
  • Lange woorden komen relatief veel voor.
  • Steeds minder wit op een pagina. Weinig of geen illustraties.
  • Hoofdstuklengte is over het algemeen nog beperkt.
  • Hoe hoger het niveau, hoe dikker de boek.

Bekijk onze AVI-boekentips!

Artikelen over Beginnende lezer & AVI boeken

Wat is AVI?

Veel kleuters kunnen al hun naam schrijven, of een aantal letters herkennen. Maar in groep drie begint het echte werk.. leren lezen. Een spannend en vaak ook leuk proces. Ineens leest je kind aan de ontbijttafel voor wat er op het pak hagelslag staat!

Achtergrond
Lees meer