Martine Letterie_Rick de Haas

Interview met Martine Letterie

Dit jaar vieren we het 25-jarig auteurschap van Martine Letterie. De Tweede Wereldoorlog loopt als een rode draad door het oeuvre van de schrijfster. Vaak baseert ze haar boeken op herinneringen van mensen die de oorlog zelf hebben meegemaakt. Als geen ander houdt zij de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend voor de kinderen en de jongeren van nu.

In een interview vroegen wij Martine Letterie alles over haar nieuwe boek Waarom de maan verdwijnt en haar jubileum.

'Je zou mijn boeken kunnen zien als monumentjes voor de hoofdpersonen'

Wilde je altijd al schrijfster worden?

Ik wilde altijd al schrijfster worden. Mijn eerste boeken schreef ik al in groep 5/6. Daarvan heb ik er nog steeds een paar. Samen met mijn beste vriendin van de basisschool Caroline Peet schreven we na schooltijd op haar zolderkamer aan verschillende delen van de ‘muizenserie’. Die heette zo omdat het kleine boekjes waren. We zijn elkaar na de basisschool uit het oog verloren, maar later bleek dat we precies dezelfde studie hadden gedaan: Middelnederlandse letterkunde in Utrecht. Alleen deed Caroline het een paar jaar later. Zij werd ook docent Nederlands, net als ik. Mijn eerste kinderboek verscheen in 1996 – daarvoor had ik al aan verschillende schoolboeken meegewerkt – maar toen ik de opdracht voor mijn derde boek kreeg, besloot ik voor het schrijverschap te kiezen. Lesgeven, drie kleine kinderen en schrijven: dat was niet meer te combineren.

Je schrijft vooral historische kinder- en jeugdboeken, en dan met name over de Tweede Wereldoorlog. Waar komt jouw fascinatie voor het schrijven over de oorlog vandaan?

Mijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog heeft te maken met mijn familiegeschiedenis. Mijn opa Martinus Letterie werd in het concentratiekamp Neuengamme vermoord toen hij 33 jaar was. Mijn vader was toen 10. Die heeft mij altijd het verhaal van zijn jeugd verteld. Daardoor weet ik hoe groot de impact van oorlog op het leven van kinderen kan zijn. Toen mijn man en ik voor het eerst samen uit eten gingen, vertelde hij mij dat zijn vader ‘fout’ was geweest in de oorlog. Hij was zelfs bewaker geweest in kamp Westerbork. Zo leerde ik een verhaal van de andere kant kennen en raakte ik me er nog meer van bewust hoe verstrekkend bepaalde beslissingen kunnen zijn. Het is belangrijk dat je je realiseert dat je verantwoordelijk bent voor je eigen keuzes.

Vaak schrijf je over kinderen en jongeren die echt hebben bestaan. Hoe bereid je je voor op het schrijven van een boek over echte mensen en gebeurtenissen?

Dat is verschillend. Wanneer het mogelijk is, interview ik ooggetuigen. Maar soms schrijf ik over kinderen die niet meer leven. In dat geval probeer ik zoveel mogelijk uit te zoeken over de personen waarover ik schrijf. Dat betekent dat ik soms maanden in archieven aan het speuren ben. Ik kan met de kleinste vondsten al heel blij zijn. Natuurlijk lees ik ook heel veel over de periode waarin het verhaal zich afspeelt en over het onderwerp waarmee mijn verhaal te maken heeft. Ik ga naar de plaatsen waar het zich afspeelt, bekijk oude foto’s en kaarten… Af en toe brengt het onderzoek voor een boek me naar de andere kant van de wereld. Met Karlijn Stoffels ben ik naar de Molukken geweest voor Dwars door de storm. Met Caja Cazemier ging ik naar India voor Made by Indira en voor Wij blijven bij elkaar reisde ik naar Israël.

Hoe is het voor jou om telkens weer in de huid te kruipen van kinderen en jongeren die een oorlog hebben meegemaakt?

Dat kan heel heftig zijn. Groeten van Leo gaat over Leo Meijer die niet ouder is geworden dan negen. Toen ik dat boek af had, besloot ik nooit meer over de Tweede Wereldoorlog te schrijven. Maar na een jaar pauze heb ik het toch weer opgepakt.

Welk verhaal heeft op jou de meeste indruk gemaakt? Of krijgt elk verhaal, iedere persoon over wie je schrijft, een speciaal plekje in je hart?

Het laatste is zeker het geval. Maar Groeten van Leo is voor mij heel bijzonder, misschien wel omdat hij zo jong vermoord werd. Van de Birnbaums ben ik veel gaan houden omdat het bijzonder is dat ze zo warmhartig en aardig zijn gebleven, terwijl ze zulke afgrijselijke dingen hebben meegemaakt.

Hoop je dat jouw boeken kunnen helpen om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden?

Ik hoop dat mijn boeken iets teweegbrengen bij mijn lezers. Je zou mijn boeken kunnen zien als monumentjes voor de hoofdpersonen. Daarmee hoop ik een bijdrage te leveren aan het levend houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog.

Naast het schrijven ben je ook heel actief in diverse commissies en stichtingen. Hoe brengen je samen met De schrijvers van de Ronde Tafel het historische jeugdboek onder de aandacht?

Toen we in 2001 de Schrijvers van de Ronde Tafel oprichtten, was er weinig aandacht voor het historische jeugdboek. Mensen kenden alleen Thea Beckman en hadden van de rest van de auteurs nog nooit gehoord. En dat terwijl er schrijvers zijn van nu, die prachtige historische jeugdboeken schrijven over heel uiteenlopende onderwerpen. Arend en ik hebben bij mij thuis samen voor de boekenkast gestaan en daarna de verschillende schrijvers benaderd. Bij onze eerste bijeenkomst in het Amsterdams Historisch Museum hebben we met elkaar een verlanglijstje opgesteld. We wilden graag een jaarlijks historisch kinderboekenfeest voor lezers, we wilden een prijs, een website, een bundel, een serie… Dat is allemaal gelukt. We zijn elk derde weekend van september in het Archeon, waar lezers ons kunnen ontmoeten. Dat weekend begint met de uitreiking van de Thea Beckmanprijs. In 2020 werd die voor de zeventiende keer uitgereikt. We hebben een mooie website http://www.schrijversvanderondetafel.nl/ Daar kun je boeken zoeken op schrijver, op tijdvak, op regio en op leeftijd. Natuurlijk kun je ons ook vinden op Facebook en Instagram. We hebben inmiddels meerdere bundels en series samen geschreven. Voor mij springen daar de serie Vergeten oorlog uit en de bundel Wij waren erbij.

Dit voorjaar verschijnt je nieuwe boek 'Waarom de maan verdwijnt', met tekeningen van Rick de Haas, over een meisje dat de oorlog in Nederlands-Indië meemaakt en daar in een kamp terechtkomt. Wil je alvast iets over dit nieuwe boek vertellen?

Voor Wij waren erbij interviewde ik Heleen Smit en haar geschiedenis bleef me heel erg bij. Ze vertelde me over haar jeugd in Nederlands-Indië en hoe ze daar de Tweede Wereldoorlog had meegemaakt. Naar aanleiding daarvan schreef ik het verhaal Een cadeautje voor mama, maar dat ging maar over een heel klein deel van haar geschiedenis. Daarna sprak ik meer mensen die de oorlog in de oost hadden meegemaakt en ik las interviews en verhalen van ooggetuigen. Zo interviewde ik bijvoorbeeld Tonke Dragt en ik las wat Hella Haasse over haar jeugd had verteld. De spannende sprookjes die hun baboes vertelden, kwamen in heel veel van die gesprekken en interviews terug. Zo ontstond het idee voor Waarom de maan verdwijnt. Lotti maakt de oorlog mee in Nederlands-Indië, ze is zeven als die begint. Ik wissel haar verhaal af met de sprookjes die ze eerst van haar baboe hoort, maar later ook van anderen. Uiteindelijk vertelt Lotti ze ook zelf. Rick de Haas heeft het weer prachtig geïllustreerd!

Lesbrief bij 'Waarom de maan verdwijnt'