Hoe is Pippi Langkous ontstaan?
Hoe bedenk je een meisje dat sterker is dan iedereen, met knalrode vlechten, een paard op de veranda en een koffer vol gouden munten? Het begon allemaal met één bijzondere naam: Pippi Langkous.
Op een dag lag Karin, de dochter van Astrid Lindgren, ziek in bed. Ze vroeg haar moeder om een verhaal en riep zomaar: ‘Vertel me over Pippi Langkous!’ Astrid had nog nooit van Pippi gehoord, maar bij zo’n gekke naam hoorde natuurlijk geen gewoon meisje. En dus begon ze te vertellen over een eigenwijs, sterk en avontuurlijk meisje dat haar eigen regels maakte.
Voor Pippi liet Astrid zich inspireren door de wereld om haar heen. Haar rode haar en sproeten zouden bijvoorbeeld afkomstig zijn van een schoolvriendinnetje van Karin. En dan is er nog het verhaal over een avontuurlijk meisje dat ’s zomers in Furusund woonde, vlak bij het zomerhuis van Astrid. Ze had sproeten én een paard dat gewoon op de veranda stond. Klinkt dat niet een klein beetje bekend?

Jarenlang vertelde Astrid de verhalen over Pippi uit haar hoofd. Tot ze in 1944 haar enkel verstuikte en noodgedwongen rustig aan moest doen. Een mooi moment om Pippi eindelijk op papier te zetten! Ze maakte van de verhalen een cadeau voor Karins tiende verjaardag.
Toch was niet iedereen meteen fan van Pippi. De eerste uitgeverij vond haar zelfs een beetje té eigenwijs en wees het verhaal af. Maar Astrid gaf niet op. Ze bewerkte het manuscript en stuurde het in voor een schrijfwedstrijd. Dit keer was het raak: Pippi won de eerste prijs en in 1945 verscheen het eerste boek.
En Pippi? Die deed vanaf dat moment natuurlijk precies waar ze zelf zin in had en veroverde ondertussen de hele wereld.